zaterdag 13 november 2010
vrijdag 23 oktober 2009
Blauwe nacht (fictie)
Door de kleur van de gordijnen, meen ik een blauw schijnsel te zien, van een vreemde maan die door de nacht straalt. Een ijzige kilblauwe maan in de weggevreten nacht. Jij, Adriaan, mijn onbeminde tegenpool ligt ziek op bed, ik ben dicht bij je, leef me in, probeer jouw situatie te begrijpen. Er staan verschillende waarheden naast elkaar, een enkele werkelijkheid lijkt paradoxaal, ik nader de grens, de beginnende grens van jouw lijden. We moeten de verschillen niet overdrijven, maar toch we lijken niet op elkaar.Ik heb mijn ego leeg gemaakt, alle eerzucht en bagage verwijderd, ik probeer zo neutraal te zijn als de liefde, omhels vooroordelen als een aanhangende koorts. Ik heb hoge koorts, een koortsdroom doet mij ijlen. Ik heb bij wijze van experiment de moed opgebracht dit ijlen in woorden te vertalen en er zinnen over op te schrijven, maar ik zak nu weer weg. Het lijkt alsof ik langzaam wegdrijf op een wolkenbed van ijldromen.De nachtvorst omvat mijn kledij, mijn kleren zijn stevig van stof, maar stroef van beweging. Ik omhels barmhartigheid, groeide op met hete kolen, voelde me soms angstig en alleen, toen ik zag hoe ze de dorpsgek opknoopte, vroeg ik of hij wilde knikkeren, maar de knikkers waren zijn ogen. Ik liep terug naar het bordeel bij de kachel, ontdeed mijn voeten van de pantoffels die ik op een rommelmarkt had gekocht.
2. Tegenwoordige Tijd
Iemand wrijft mijn voeten warm. Ik, Alfons Antana, zit bij de open haard met een glaasje cognac, mijn tenen voelen gloeiend. Ik ben een klein beetje voorzichtig. Voorzichtiger dan gisteren, ik zal geen kritiek meer geven, slechts kritiekloos bewonderen, wanneer alle clichés weer voorbij komen, weet ik hoe waardeloos mijn gedichten zijn. En hoe groot de kans is dat mijn hart weer bevriest. Door één of andere gek, die alles wat ik doe afkeurt en naar de prullenmand verwijst.Alles draait om aandacht, en mensen die niet zonder aandacht kunnen zijn de meest kritiekloze mensen. Ik verafschuw mijn twijfels, zal hier nooit het achterste van mijn tong laten zien. We strijken alles glad, er is geen plaats voor echte passie, we hebben deze deur al dikwijls open laten staan. En hij staat nog steeds op een kier, waarom niet.Er zijn ook geen andere mensen met gelijksoortige passie, dingen zijn voorbij gegaan, gebeurtenissen zijn verleden tijd geworden. Niemand zal zijn vingers ergens aan branden of met de billen op de blaren zitten,we kwebbelen wat over ongelijkheid in de wereld, trekken de wc gewoon weer door, lezen over waterbesparing tijdens het tandenpoetsen, vinden de prijs van een regenjasje aan de hoge kant. De verloren minnaar is een beroemdheid geworden, maar het was eigenlijk geen minnaar, het was een agressieve das, een assertieve sjaal, een hoop gebaren tijdens de komkommer tijd zonder liefde.
3. Verleden Tijd
Adriaan en ik kenden ook geen seizoenen, deden wanhopig alsof, maar winter had geen sneeuw, en herfst geen eau de cologne, en zomer kwakkelde tussen kwakende eenden en stervende zwanen. We hadden ook geen trui meer, fleece kleedde makkelijk en wol maakte allergisch. We gaven ons hart aan de dieren, ook als we ze opaten en gemakkelijk vergaten dat vlees slecht verteerde. Ons eigen hart aan de dieren toebehoorde. We fantaseerden over seks in de stal, of liefde in een batterij, kochten een kaartje voor de concerten van Marco Borsato, en gaven tien euro voor het kankerfonds aan de deurcollectant.
4. Tegenwoordige Tijd
Blauwe nacht, blaast zijn zware adem, vol warme zuurstof, dooft mijn kaarslicht, groet de nacht, het duister klautert tegen blinde muren. Ik voel hier de beweegredenen van oude dichters en ben misschien nog eenzamer dan zij ooit waren. Niemand op deze wereld is bereid mijn gedachten te lezen. Gedachten lezen, dat is ook zo wat, maar ook anderen hebben de leegte gekend, het lege nooit geschreven boek, naast het leven, naast het mooie van het leven.
*
© oktober 2009, mobar
Koffie
De eenzaamheid heeft geen einde, Thomas had dit alles niet kunnen vermoeden. Het is al laat. Thomas is vermoeider dan hij ooit had kunnen weten. En zijn vermoedens waren al zo vaak vervreemd van zijn gewoontes. Thomas had nauwelijks nog besef voor een gevoel van tijd. Tijd zoals in het heen en weer slingeren van de klepel van de klok in het oude huis waar hij vandaan kwam, na het horen van het droeve nieuws. Nu is Thomas terug in de oude havenstad, in een oude woning aan de Aalscholverkade. Hij krijgt dorst. Voorlopig een blijvende dorst. Hij ziet de openstaande deur, loopt door de hal naar een andere deur met een achterliggende keuken. Het is een kleine maar handig ingerichte keuken, met spiegels aan de raamkant en een kleine tafel bij het vierkante raam. Er staat een klein koffiezetapparaat dat zich door Thomas laat bedienen. Het bruine goedje drupt langzaam uit het tuitje. Thomas herkent de grote glanzende spiegel die ook in de kleine keuken hangt. Hij laat de koffie een beetje lauw worden. Zijn gedachtes gaan trager dan zijn voelen, dat zich kenmerkt door een rillend lijf omdat hij nadenkt over het droeve nieuws. Een leven lang biologische groente, niet roken, en geen vlees gegeten en dan toch kanker, maar oud geworden, oud met een hevige pijn, verraderlijke pijn, die niet meer met morfine was te bestrijden. Totdat zijn tante tenslotte het leven liet, bijna negentig, maar toch nog door een ziekte geveld. Een leven vol herinneringen heengegaan. Het doet pijn er aan te denken.
Op de Aalscholverkade staat de oude havenhuizen met hun daken in wind en regen, en door het water van de brede grachten voelt het koud en vochtig aan. Er draalt een Herfstige weemoed door de levensaders van Thomas, omdat hij weet dat zijn verjaardag voorspoedig is. Ooit zal de dood ook zijn verjaardag herhalen, tenslotte vervagen, een roestige vlek in een emmer vol sop. De koffie blijft lauw in de keuken. Thomas geniet van het lauw worden van de koffie en bekijkt de kleine keuken nu wat grondiger, met ogen die een besef van bewustzijn verkondigen. Hier heeft hij ooit als één van de eerste mensen op aarde het boek:
Leven zonder liefde
gelezen, twee keer achter elkaar, en sommige hoofdstukken wel drie of zelfs vier keer. Met een gretigheid, een zeldzame gretigheid.Thomas leerde te begrijpen wat dieren bij gebrek aan liefde doen, en waarom mensen zoveel trager denken, dan dieren in eenzelfde situatie. Hij leerde te begrijpen waarom de aard der dingen steeds een dualisme is tussen ingewikkeld en eenvoudig, niet tussen goed en kwaad of licht en duister.Hij leerde hoe de mens zich zonder liefde kon gaan handhaven in een liefdesloze maatschappij, maar hij las ook de schaduwzijde, het cynisme dat de schrijfsterten slotte ten gronden richtte, en haar deed besluiten zichzelf de dood toe te brengen door verhanging aan de sterkte onderste tak van een taaie wilgenboomaan de oevers van het spiegelmeer in het land achter de horizon, bij de rivieren. De lauw geworden koffie smaakt bitter, de verwarring neemt langzaam af.Thomas wordt al weer wat rustiger, kan mensen voorzichtig aankijken zonder de blik af te wenden. Hij durft weer met meer dan twee woorden te praten en een discussie aan te gaan over het geloof, maar hij houdt niet van dat absolute, kiest liever voor de nuances van de dierenwereld en de sprookjes van de lente zoals de alleenheerser ons die gaf, zonder oordeel, of vooroordelen. Het ergste leed lijkt nu geleden, de artistieke blik van Thomas valt op een boekenkast waarin alles behalve kookboeken pronken. Hij vindt een dun boek in de boekenkast. Thomas ziet de naam van de auteur: Jeroen Splinterman. De naam van de zelfmoordenaar. De sociaal pedagoog.Die mierenneuker die de late jeugd van Hubert Stuipje naar de knoppen heeft gebracht, met vage weerspiegelingen over psychologie.Hoe kan het anders. Dit was zijn oude havenhuis. Zijn persoonlijke boekenkast. Zijn particuliere binnenwereld. Zijn individuele keuken, uitgaanscentrum, danszaal, televisiekamer, vermaakruimte. Nu komt Thomas dichter bij de bron. Dit is spannend en vraagt alle concentratie.Hij leest de titel van het boekje: De dood slaat geen varken.Thomas begint aandachtig te lezen, slaat geen enkel woord over.Wat kon die man schrijven, jammer dat hij ervoor koos om naar de andere kant tegaan. Maar wat had hij nog voor een keuze? Toen bekend werd dat hij Hubert Stuipje had misleid was zijn carrière naar de knoppen en hing hij zijn ambities aan de wilgen. Maar de vreemde woorden in dit boekje. Dit wonderlijke smoezelige boekje uit zijn boekenkast. De dood slaat geen varken Thomas weet nu zeker dat hij hier niet voor niets naar toe is gekomen.Hij voelt dat er een puist op zijn rechterbil zit en dat de keukenstoel wiebelt.Maar er zit een eenvoud in het wiebelen die hem naar het leven doet snakken. Hij leest de overeenkomsten tussen de uitspraken ven het boek van Jeroen Splinterman met de filosofische uitspraken uit Leven zonder liefde Thomas begrijpt eindelijk waar het in het leven allemaal om draait, en dat alles niet voor niets is geweest. Hij neemt nog een slok van de lauwe koffie, die smaakt bitter, maar het bevestigt zijn nuchtere vermoeden.
*
© oktober 2009, mobar
donderdag 22 oktober 2009
Droomfeest
Deze regenachtige nacht droomt donkere Alfons Antana, en zijn vreemde droom neemt hem mee naar een andere wereld, een wereld van glamour, glitter en uiterlijke schijn. Alfons Antana is gekleed in zijn prachtige pak van slangenleer. Hij bevindt zich in een beroemde discotheek aan de kust, de muziek dreunt door de ruimte, de lichten knipperen in allerlei kleuren. Alfons Antana heeft zijn soepele broek aan, hij voelt zich jeugdiger dan ooit. De bewegende nachtmensen zijn schitterend gekleed, en dansen uitdagend in het niets verhullende licht op de kleurrijke dansvloer. Op de muren hangen grote spiegels die het verstrooide danslicht weerkaatsen over de uitbundige dansvloer. Overal ziet Alfons Antana bekende gezichten. Mensen die hij kent uit zijn leven. De nuchtere Frans Lichtendorp, net terug van de kapper, in een zilvergrijs danspak met een rode boa om zijn nek en vrolijke blauwe ogen die om zich heen kijken, droogkloot Gerard Kraaloog zijn haar opzij, met een modieuze bril, in een uitdagende roodfluwelen uitfit die hem wonderbaarlijk goed staat, vileine Saartje Saffrilon in een doorzichtige vlinderjuk met een bloemenbloes met zilveren knoopjes, Christen Tom Kruis in een keurig gesneden streepjespak met een prachtige lichtgevende stropdas, dappere Peter Wildwolf in een stijlvolle uitfit van hennepvezels met een brede riem van geitenleer, wulpse Sandra Barna, in een lichtgeel kruippakje van ganzendons, alle gezichten lachen naar Alfons Antana. Hij ziet nog meer bekenden, Ed Eppelin in een goudkleurig pak met knalrode stropdas, frivole Jola Hum in een oranje mantelpakje met een prachtige paarse hoed, lange Donald Dankzand helemaal in het leer met een hoge hoed van geitenwol. Ze staan allemaal vreugdevol te dansen en te dromen, donkere Alfons kijkt er met een gerust hart en donkerbruine ogen naar, zoveel vreugde, het doet zijn mensenhart en apenziel goed. Hij ziet mensen graag dansen en dromen, en van het leven genieten. Plots ziet Alfons Antana ook mystieke Violette Zandheuvel, ze danst uitdagend en sensueel met nuchtere Frans Lichtendorp, die de bovenste knopen van zijn mooie chique overhemd heeft losgemaakt. De lenige bovenlichamen buigen en wuiven, de slanke benen bewegen, de ranke heupen zwaaien, het flirtende duo bereikt al dansend het midden van de dansvloer tussen dansende vrienden. Het gekleurde licht betovert de gezichten, ogen flirten naar ogen, monden glimlachen van vreugde en genot.Sandra Barna strooit allerlei kleuren confetti over de betoverde dansers, een rookmachine blaast grijze en groene walmen langs de opgewonden sensuele mensen. Donkere Alfons Antana probeert al dansend Saartje Saffrilon te bereiken, maar zij gaat helemaal op in een dans met de Christen, Tom Kruis, die al zijn remmingen lijkt te zijn verloren. Saartje Saffrilon daagt hem wellustig uit, ze heeft een van haar fraaie borsten een klein beetje ontbloot, het water loopt de brave Christen, Tom Kruis, in de mond. Tom beweegt gretig met zijn heupen, draaiingen en wentelingen die je alleen met trainen kan bereiken, hij opent langzaam haar bloemenbloesje, en verlangt voorzichtig naar haar heidens poesje. Peter Wildwolf overtreft de rest in lenigheid, hij danst sensueel en komt ook steeds meer centraal op de dansvloer te staan. Met prachtige dansbewegingen schets Peter Wildwolf een ruimte op spannend verlichte dansvloer, tussen de andere levensgenieters van de donkere herfstnacht.Het ritme van de muziek wordt heftiger, de sfeer intenser, de mensen gaan volledig uit de bol, dansen bewegen, flirten, en dan plots ziet dromende Alfons Antana iemand helemaal in het midden van de dansvloer fantastisch dansen, met bezwerende bewegingen, hij herkent de persoon niet maar is gefascineerd door het dansen. Hij krijgt het warm en broeierig, een diep gevoel van vreugde omringd zijn lijf. Dan ineens beseft Alfons Antana naar wie hij kijkt, het is de mooie blonde Thomas omringd door vreemde lichtgevende verschijningen, die zijn fraaie lichaam accentueren. Hij is mooier dan ooit ! Alfons Antana ziet steeds duidelijker de dansende Thomas in zijn droom, het beeld wordt steeds intenser en zwakt dan langzaam af in de dieptes van zijn geheugen.Hij voelt dat zijn lijf steeds warmer wordt, zijn hart intenser voelt, zijn geest een wonderlijke wereld ervaart totdat zijn droom weer is afgelopen. Alfons Antana ligt nu droomloos te slapen, nog niet wetend dat hij een vreemde droom over een feest heeft gehad. Buiten regent het onafgebroken. De stad ligt in een diepe slaap gezonken, nachtvogels staren in de bomen naar de sterren. Het regenwater op de natte straat zoekt een weg naar de goot.
*
© oktober 2009, mobar
Rivierspiegel
*
© oktober 2009, mobar
Dierendag 1999
Beste droomwereld
Ik, Florian van Driesteveld, ik heb Sally Winterflow eigenlijk nooit iets persoonlijks verteld over het bizarre verhaal van Coos Dalstraat met zijn tweede liefde Jaap Bouwroede, maar het toeval wil dat ik Jaap Bouwroede zelf ook redelijk goed heb gekend. Ik heb hem allerlei onzin verteld, daar heb ik best een beetje spijt van. Ik geloof dat het tijd wordt dat ik werkelijk ga dromen, dat ik vertrek naar het zonnige land waar mijn brieven naar toe gaan. Beste droomwereld, gevoelsverwanten, geloof me in alle eerlijkheid, ik bedoel het allemaal niet slecht, dit leven is te echt. Ik ben een lieve man, niet alleen in mijn dromen, waarin zich een gelukzalige glimp van de werkelijkheid heeft verschanst. Liefde is universeel. Dat is mijn belangrijkste motto.Maar ook een doel op zichzelf. Ik ben eigenlijk alleen maar blij dat ik mijn dichterlijke brieven schrijf, over mijn innerlijke gevoelsleven en oprechte medeleven met de geradbraakte medemensen uit de samenleving, zoals Hubert, Sally en Jeroen, die ik al sinds 1969 ken en net als ik van de muziek van The Beatles en The Rolling Stones houden. Allemaal mensen met hier en daar een draadje los.
Groetjes, Florian van Driesteveld.
Florian schrijft rustig verder aan zijn brieven. Wacht hij is zo dronken dat hij er nog een brief uit perst. Zijn stem klinkt nu wat luider. Hij leest zijn eigen brief hardop voor, maar er is niemand die luistert, geen mens, geen dier, geen ding. Hij is gehaast, dierendag is bijna voorbij. En het is de laatste dierendag van de eeuw. Hij heeft nog iets belangrijks te verkondigen. Jammer, hij is helaas onverstaanbaar, door zijn dronkenschap, we zullen nooit weten wat hij in de volgende brief heeft geschreven.
© oktober 2009, mobar
dinsdag 20 oktober 2009
Mailbox

Inmiddels is ook Hubert Stuipje weer achter de computer te vinden. Hij probeert een prijs te winnen met een filmquiz, een opblaasbare rubberboot. Overmorgen is hij jarig.
Tot zijn verbazing vindt hij een email met een scherpe toonzetting in zijn mailbox.
Een mail van Violette Zandheuvel.
Beste Hubert Stuipje
Nu hoop ik dat je wel eens goed naar mij zou willen luisteren, want de
bitterheid uit je brieven stelt mij wat teleur. Ik zet mij echt niet
tegen je af beste Hubert Stuipje, ik heb alleen aangegeven dat ik je eerdere veelvuldige ontboezemingen wat te veel van het goede vond, waar nu mijn grenzen zijn, en ik bang was dat ik je uiteindelijk meer zou kwetsen dan goed is voor een mens.
Ik wil je er aan herinneren, dat je zinnen gebruikte als "platonische wijze houden van
" en "uiteindelijk ontmoeten". Ik heb je in mijn vorige mails misschien wat beknopt
vertelt dat ik 't een en ander aan nare ervaringen heb, en dat ik mij
op dit moment liever met andere zaken bezig houdt. Ik gaf je mijn
visie op het geheel, en meer kon ik eigenlijk niet doen. En als je dat
niet aan kan, dan zou ik het echt en werkelijk jammer vinden,
maar men moet geen zielig paard steeds weer een race laten rennen,
als dat echt niet gaat. Je weet dat ik niet tot echte liefde in staat ben.
Dat heb ik afgeleerd door dat klootjesvolk om mij heen. Als je mij echt zou vervelen,
zou ik dat direct te kennen geven, en überhaupt niet meer terugschrijven.
Dit is voor mij ook relatief nieuw, ik heb wel ervaring met het één en ander,
maar de zogenaamde heropbouw van mijn leven, en de nieuwe correspondenties die mijn leven zijn binnengestroomd, niet zonder verrijking overigens,
zijn ook niet bepaald een specialisme waarin ik mij meer dan genoegzaam heb bekwaamd.
En ik wil absoluut niets horen waarvan je ook maar het geringste vermoeden hebt
dat het niet aan mij is toe te vertrouwen, dat vind ik niet fijn want ik schrijf niet
naar je om je uit te horen of omdat ik het zo leuk vind aan het woord te zijn.
Als dat het geval was zou ik onderhand wel forensisch woordvoerder
zijn geworden, of iets van die strekking. Ik ben dientengevolge ook blij dat het verhaal niet is aangekomen, want ik wil niet dat jij je omwille van mij niet op je gemak voelt, ik mag dan een moeilijk mens kunnen zijn, het doet mij wel degelijk wat als iemand gekwetst wordt door dat soort zaken. En fin, ik weet ook erg weinig maar ik weet wel, dat ik aan bitterheid geen boodschap heb. Ik vind 't verdomd leuk en interessant om iemand als jij te kennen, maar dat heb ik nou al driehonderd keer gezegd geloof ik, zonder het zeker te weten.
Liefs, Violette Zandheuvel
© oktober 2009, mobar
